Vrouw(on)vriendelijk

dinsdag, maart 29, 2016


Van onder haar wimpers sloeg ze langzaam haar blik naar me op. Steelsgewijs onderzochten mijn ogen haar ook van top tot teen. Ik voelde mij daar niet schuldig over. Het is de macht der gewoonte, weet u wel ... Iedere vorm van vrouwelijk schoon juich ik namelijk toe en zij was daar het schoolvoorbeeld van. Haar ogen zagen eruit als diamantjes die in haar oogkassen geboetseerd waren. Ze had lang, donkerbruin haar dat ver over haar frêle schouders hing en goedgestifte lippen. Haar jurk was om haar verrukkelijke lichaam gedrapeerd en haar voeten waren getooid in goddelijke pumps.

Het meisje dat op dat moment nog geen naam had, drong zich talmend door het uitgaanspubliek heen en kwam dicht bij me staan. Ik begluurde haar vanuit mijn ooghoeken en kwam tot de conclusie dat ze er van dichtbij zo mogelijk nog mooier uitzag dan van een afstand. Toen onze blikker elkaar kruisten, veinsde ze een verlegen glimlach. Ik zag dat de verlegenheid gespeeld was, ze koketteerde er als het ware mee. Ze ging dicht tegen me aan leunen en ademde in mijn oor: 'Ben jij niet Mehmet Dogan?'. Ik voelde dat de woorden gepaard gingen met een aanraking van het puntje van haar neus tegen mijn oorschelp. Een warm stroomstootje baande zich een weg van mijn oorschelp naar beneden en spatte op een onbestemde plaats uiteen.

'Ik heb twee verhalen van je gelezen, maar toen ben ik ermee opgehouden. Ik vind je teksten ruw en vrouwonvriendelijk', zei ze roekeloos. 'Toch schrijf je met veel humor', vervolgde ze haar tirade. 'Mijn naam is trouwens Leonie.' Terwijl ze aan het bodempje van haar Tonino nipte, keek ze me ernstig aan. Misschien is alles wel begonnen met de ernst waarmee ze mij aankeek met die prachtige ogen, dat we ons nu in een ongemakkelijk discours bevonden. Maar ik was alleszins van plan om het vrouwonvriendelijke stigma van me af te schudden. Als was het een zaak van leven en dood nam ik de honneurs waar en bestelde bij de bar een Tonino voor Leonie en een screwdriver voor mezelf. Terwijl ik haar het glas overhandigde, hief ik de mijne en proostte: 'Leonie, ik drink op de verrukkelijke flonkering in je ogen, die me niet alleen smoorverliefd maakt, maar ook ontroert omdat het me aan de lente doet denken.'

Ze keek nu milder en het leek erop dat mijn foefelige voetnoot het ijs brak. Niettemin was ze niet helemaal overtuigd van mijn onschuld. Het contrast tussen de tekst die ze op mijn website gelezen had, en de man die voor haar stond, troebleerde haar oordeel. Ik maakte van de toeschietelijke gelegenheid gebruik om uit het beklaagdenbankje te kruipen en de rollen om te draaien. 'Het is best mogelijk dat bepaalde subtiliteiten mij ontsnappen in de verhaaltjes die ik opstel. Maar moet je dan gelijk het etiket 'vrouwonvriendelijk' opgeplakt krijgen?'. Stilzwijgend keek Leonie me aan met haar feeërieke kijkers en knikte bedeesd haar hoofd, alsof ze wilde zeggen: ik ben een en al oor. En dat was ze ook. Heimelijk had ik helemaal geen zin om mijn onschuld te bewijzen. Ik wilde haar slechts een vrouwvriendelijk tongzoen geven om zo haar wulpsheid te taxeren. Maar zoals altijd beheerste ik me.

'Je hebt twee verhalen van me gelezen en dat volstond om mij in een hokje te stoppen. Dat is te makkelijk.' Terwijl ik de woorden uitsprak, keek ik tersluiks naar Leonie en maakte uit haar berouwvolle blik op dat mijn strategische opzet slaagde. Ondanks mijn verlangen naar haar, voelde ik mij innerlijk zo volstrekt in evenwicht, dat ik nog de tijd vond om een onbevangen glimlachje te veinzen. Terwijl wij bij elkaar stonden en ik de florale geur van haar frisse lichaam op me in liet werken, vroeg ik waarom ze mij zo melancholisch aankeek. Zij sloeg haar arm om mijn schouder en fluisterde dat het haar zo verschrikkelijk speet, dat ze een verkeerde inschatting heeft gemaakt, dat ze .... Haar stem stokte. 'Wat voorbij is, is niet belangrijk meer,' zei ik hautain, 'tenzij je er zelf nog belang aan hecht. Wat mij betreft, ik koester geen rancune. Op één voorwaarde na, Leonie. Je zult je arbitraire aantijging af moeten lossen door met mij een keer uit eten te gaan.', zei ik enigmatisch.

Als er een God bestond, zou Hij haar nu laten instemmen, concipieerde ik- en dat deed ze: met een verrukkelijke glimlach.

Wellicht vind je ook interessant:

0 reacties